Honderd jaar geleden probeerden veel Belgen illegaal Canada te bereiken, net zoals migranten nu onder de radar Europa proberen binnen te raken. De Emergency Quota Act van 1921 en de Immigration Act van 1924 maakten de toegang tot de VS veel moeilijker dan voorheen. Tegelijk lag België na de Eerste Wereldoorlog in puin en bleef Amerika het beloofde land. Wie niet via de officiële weg binnenraakte, zocht andere manieren. Sommigen probeerden het met valse papieren, anderen namen smokkelroutes via Mexico, Cuba of Canada. Vooral Canada werd een populaire omweg, want daar raakte je makkelijker binnen. Van daaruit probeerden velen via rivieren en bossen de Amerikaanse grens over te steken – soms met succes, maar minstens even vaak niet.
In de vroege ochtend van 2 juli 1924, in het Detroit Central Station, worden vier mannen plots verblind door het licht van een politielantaarn. Ze staan dicht tegen elkaar: een Ier, een Tsjech, een Engelsman en de Belg Achiel Moerman uit Gent. Even daarvoor waren agenten de wagon binnengevallen waarin ze zich verborgen hielden. Mensensmokkelaars hadden de vier vanuit het Canadese Windsor naar de ingang van een spoorwegtunnel bij de grens gebracht. Daar moesten ze wachten tot een goederentrein voorbijreed, erop springen en hopen ongemerkt Detroit te bereiken.
Moerman, een handelsreiziger met schulden, wist dat hij geen geldige papieren had om de Verenigde Staten binnen te komen. In België had hij eerst geprobeerd om een gewoon ticket naar Amerika te kopen. Maar de reisagent weigerde. Door de nieuwe Amerikaanse immigratiewetten mochten per land maar een beperkt aantal mensen het land binnen, en die quota waren al bereikt. Toch bleef Moerman hopen op een nieuw leven aan de andere kant van de oceaan.
Moerman zwierf maandenlang door Ontario. Hij werkte op boerderijen, sliep waar hij kon en leefde van dag tot dag
In een café in Gent hoorde hij dat er toch nog een route was om Amerika te bereiken: via Canada. Subagent Alfons Joye vertelde hem dat je naar Halifax kon varen en van daar naar de grens kon reizen. Dan zouden smokkelaars hem wel verder helpen. Moerman geloofde hem, kocht een ticket en vertrok. Toen hij aankwam, bleek dat Joye’s contactpersoon helemaal niet bestond. Moerman zwierf maandenlang door Ontario. Hij werkte op boerderijen, sliep waar hij kon en leefde van dag tot dag. Pas later ontmoette hij opnieuw smokkelaars die hem uiteindelijk op de trein naar Detroit zetten. Helaas eindigde de oversteek in een arrestatie en een lange opsluiting.
In zijn latere brieven schreef Moerman dat hij slecht behandeld was, dat hij zijn verstand bijna verloor en dat hij berooid en in kapotte kleren naar België moest terugkeren. Zijn verhaal werd in de Belgische pers breed uitgesmeerd, om anderen te waarschuwen die dezelfde droom koesterden.
Mislukte pogingen om de VS binnen te raken
Moerman was niet de enige. In januari 1923 bespiedde de Amerikaanse grenswachter John Coe de bevroren Detroit River door zijn verrekijker. Hij zag vier figuren over het witte ijs naderen. Ze zagen eruit als spoken. Het waren twee Belgen en een Italiaan, begeleid door een Canadese smokkelaar. Ze hadden witte lakens over zichzelf gedrapeerd als camouflage en hadden ijzers onder hun schoenzolen bevestigd om niet uit te glijden. Het was geen uitzondering. De lokale bevolking noemde hen ‘ghost walkers’, spookwandelaars.
De plaatselijke pers schreef gretig over mislukte pogingen om de grens over te steken. De verhalen stapelden zich op en steeds vaker werden Belgen genoemd. Al in 1922 probeerden tien Belgische en Nederlandse immigranten de St. Clair River over te steken naar de VS. Een Amerikaanse grenswachter reed toevallig voorbij en zag hun boot aan land komen. In datzelfde jaar strandden de 18-jarige Jules Verhasselt en zijn 20-jarige zus Marie ook in Canada. In hun wanhoop vonden ze een Nederlander die beloofde hen naar Detroit te smokkelen. Ook hun roeiboot werd onderschept door de Amerikaanse grenswacht. Op 21 oktober 1924 arresteerden de Amerikaanse autoriteiten 29 Belgische emigranten die onopgemerkt vanuit Canada in Detroit waren aangekomen. Een groot deel had aanvankelijk het plan gehad om als arbeider te werken bij de Sugar Beet Company, maar was uiteindelijk in de VS terechtgekomen.
Belgen in het illegale moeras
De Belgische overheid zag dit met groeiende bezorgdheid aan. Het consulaat in Canada stuurde regelmatig alarmerende rapporten naar Brussel. Ze schreven over landgenoten die zonder geld op straat leefden, die opgepakt werden aan de grens, die slachtoffer waren geworden van bedrog of die werkloos vastzaten in Ontario terwijl ze op weg dachten te zijn naar Amerika. Illegaliteit trok deze Belgen steeds dieper het moeras in.
Voor hun vertrek was hen voorgespiegeld dat ze in de landbouw konden werken, maar men ‘vergat ‘ te vertellen dat het om seizoensarbeid ging
Het werk dat ze in Canada vonden in afwachting van hun overtocht, was vaak zwaar en slecht betaald. Voor hun vertrek was hen voorgespiegeld dat ze in de landbouw konden werken, maar men ‘vergat ‘ te vertellen dat het om seizoensarbeid ging. In de winter trokken dan ook heel wat Belgen rond door het grensgebied op zoek naar een inkomen. Ze leefden van de hand in de tand. Men noemde hen de ‘drifting Belgians’.
De Dominion Sugar Beet Company in Ontario werd berucht. Veel Belgen werkten hier in slechte omstandigheden. Ze leefden in kleine, slechte huisjes en hadden maar voor een paar maanden per jaar werk. De Belg Prosper De Cooman verloor zelfs zijn zoon op diens eerste werkdag. Naar eigen zeggen werd De Cooman meteen ontslagen toen hij dat vertelde aan anderen. Dit soort situaties zette de Belgische overheid ertoe aan om agentschappen in België te waarschuwen dat ze geen valse beloftes meer mochten doen of tickets naar Canada verkopen onder misleidende voorwaarden.
Subagenten onder druk
Maar de verleiding, én de druk, bleven groot. Na de Eerste Wereldoorlog hadden veel agentschappen geïnvesteerd in de verwachting dat de trans-Atlantische migratie opnieuw zou toenemen. De Amerikaanse quota gooiden echter roet in het eten. Inkomsten kelderden en sommige subagenten probeerden hun verlies te compenseren door de grenzen van de wet op te zoeken of die soms te overschrijden. Ze verkochten tickets met onjuiste informatie, werkten samen met smokkelaars of moedigden reizen aan waarvan ze wisten dat reizigers in de illegaliteit zouden belanden.
Voor de Belgische overheid bleef het een moeilijke strijd. De incidenten gebeurden vaak ver weg, aan de andere kant van de oceaan. De overheid probeerde daarom vooral streng op te treden tegen de agentschappen in België zelf. Daarvoor had ze al sinds 1876 een wetgeving om emigratie te controleren. Agentschappen hadden een vergunning nodig en konden die verliezen wanneer ze onwaarheden verspreidden of wanneer ze zich niet hielden aan de immigratiewetten van de bestemmingslanden.
Zolang mensen bleven dromen van Amerika doken er steeds opnieuw agenten op die toch verdachte reizen organiseerden
De emigratiedienst klaagde doorheen de jaren 1920 enkele verdachte agenten aan voor overtredingen op de emigratiewet, en overtuigde de rechter om hun vergunning laten intrekken. Maar zolang mensen bleven dromen van Amerika, zelfs na verschillende rechtszaken en strengere wetten in 1926, doken er steeds opnieuw agenten op die toch verdachte reizen organiseerden.
Meestal ging het om onderagenten die afhingen van grote agentschappen en van rederijen zoals de Red Star Line in Antwerpen. Dat waren gewone mensen uit de plattelandsdorpen vanwaar veel emigranten vertrokken. Zij probeerden hun inkomsten aan te vullen met de verkoop van tickets. Sommigen hadden in de jaren voor de quota bijvoorbeeld geïnvesteerd in een auto om hun klanten naar Antwerpen te brengen. Nu steeds minder mensen vertrokken, waren ze bang dat ze hun investering niet konden terugverdienen.
De Belgische emigratiedienst probeerde ook te achterhalen in hoeverre de grote agentschappen en de rederijen van deze praktijken afwisten. Negeerden die de praktijken van hun onderagenten of ondersteunden ze die zelfs actief door de nodige papieren te voorzien? De emigratiedienst slaagde er tot haar grote frustratie niet in om de grote spelers voor de rechtbank te laten veroordelen.
Belgen op hun hoede
Ondertussen stonden de Belgen die wél tot in de Verenigde Staten geraakt waren, er vaak alleen voor. Tijdens de Eerste Wereldoorlog was de houding tegenover immigranten uit Europa veranderd. Nieuwkomers waren minder welkom, ze moesten Engels leren en opgaan in de witte Amerikaanse maatschappij. Organisaties zoals de Ku Klux Klan waren actief in Detroit en richtten zich sterk tegen nieuwe immigranten, vooral op katholieken zoals veel Belgen.
Wie zonder papieren leefde, moest voortdurend op zijn hoede zijn. Veel Belgen probeerden zich stil te houden, werk te vinden en een bestaan op te bouwen. Eén klacht van een buur of collega kon al leiden tot een arrestatie en deportatie. Een aantal families werd verraden door mensen uit hun omgeving. Angst, onzekerheid en afhankelijkheid tekenden het leven van veel Belgen
Hoop, wetten en regels
Ondanks de pogingen van de Belgische overheid om de irreguliere ticketverkoop aan banden te leggen, bleven nieuwe gevallen van misleiding opduiken. In 1927 werd bijvoorbeeld opnieuw melding gemaakt van een subagent die landgenoten via Canada naar Detroit stuurde, ondanks eerdere waarschuwingen en sancties.
Uiteindelijk was er meer dan alleen wetgeving nodig om de immigratie uit Europa te doen ophouden. In 1929 crashte de Amerikaanse beurs op Wall Street. Het was het begin van een grote economische recessie. In Amerika was er geen werk meer, en vanuit Antwerpen vertrokken maar weinig mensen. De schepen van de Red Star Line hielden eind 1933 op met varen.
Migratie was toen, net als nu, geen eenvoudig verhaal van wetten en regels. Het was, en is, een verhaal van mensen – van verlangen, wanhoop, moed en soms roekeloosheid
Het is een weinig bekende geschiedenis, die maar fragmentarisch tot bij ons is gekomen: enkele politieverslagen in Amerikaanse en Belgische archieven, een paar artikels in de lokale pers en een handvol foto’s. De verhalen gingen verloren: van mensen die, tegen beter weten in, toch probeerden familie of vrienden het land binnen te brengen; van dromers met moed, van wanhopige mensen die geen andere kans zagen. Van universele menselijke emoties en drijfveren die zich moeilijk laten intomen door regels .
Want ondanks alle regels, waarschuwingen, controles en mislukkingen blijven mensen proberen. Ze willen een beter leven, meer kansen of gewoon een nieuwe start. Migratie was toen, net als nu, geen eenvoudig verhaal van wetten en regels. Het was, en is, een verhaal van mensen – van verlangen, wanhoop, moed en soms roekeloosheid. Hoop laat zich niet zomaar stoppen.
Deze longread werd geschreven door Bram Beelaert