Kunst over gewone mensen
Van Mieghem heeft het zelf niet gemakkelijk. Hij verliest jong zijn eerste vrouw, heeft gezondheidsproblemen en leeft vaak in armoede. Hij tekent en schildert op alles wat hij kan vinden: de achterkant van brieven, doodsberichten of zelfs karton. Zijn tekeningen zijn krachtig en donker, met dikke lijnen van zwart krijt waarin het roet van de haven bijna te voelen is.
Hij voelt zich sterk verbonden met het volk dat hij tekent en legt in zijn vele schetsboeken het leven rond de kaaien vast. Dokwerkers, vrouwen, kinderen en migranten op weg naar een nieuw leven; Van Mieghem probeert een eerlijk beeld te geven van hun harde bestaan, als een verslaggever met potlood in de hand.
Vooral de Joodse migranten die vanuit Antwerpen naar Amerika vertrekken, fascineren hem. Tussen 1896 en 1926 maakte hij honderden tekeningen en pastels over hen. Daarmee laat hij de belangrijkste getekende getuigenis na van de Joodse migratie via Antwerpen.

Erkenning en nalatenschap
Na de Tweede Wereldoorlog werd het werk van Van Mieghems grotendeels vergeten. Pas in de jaren 1990 wordt zijn kunst herontdekt en opnieuw gewaardeerd, ook internationaal. In het Red Star Line Museum kan je enkele van zijn werken bewonderen, op dezelfde plek waar ze meer dan een eeuw geleden ontstonden.
